Medaille Commissie van Erkentenis (Citadel van Antwerpen) op naam van F. Veldman, 1832
medaille
De medaille van de Amsterdamse Commissie van Erkentenis is een Nederlands ereteken dat werd uitgereikt aan de Nederlandse verdedigers, onder bevel van generaal Chassé, van de Citadel van Antwerpen tijdens de belegering door Franse en Belgische troepen, in december 1832. Er werden medailles in brons, zilver en goud geslagen.De Commissie van erkentenis was een initiatief van particulieren. De middelen kwamen voort uit geldinzamelingen en uit de verkoop van speciale exemplaren voor verzamelaars, met vijf ingeslagen roosjes op de keerzijde.
De medaille is een door een onbekend gebleven kunstenaar vervaardigde ronde penning met een diameter van iets meer dan vijf centimeter. De voorzijde vertoont een gewapende Griekse krijger met gevederde helm die een regen van pijlen met zijn ronde schild afweert. Het zwaard in zijn rechterhand is gebroken. Achter hem liggen omgevallen trommels van zuilen en op de achtergrond is water, mogelijk de Schelde symboliserend, te zien. Langs de bovenrand is de tekst "WAT OOK VAL TROUW STAAT PAL" te lezen. Onder het tafereel is de tekst "ANTWERPEN DECEMBER MDCCCXXXII" aangebracht. Op de keerzijde van de medaille werd wanneer de medaille voor een van de veteranen van de belegering bestemd was de naam van de ontvanger binnen een krans van eikenbladeren gegraveerd. Bij de officieren werd ook de rang vermeld. Bij de verzamelaarsexemplaren werden vijf roosjes ingeslagen.
De medaille was een legpenning die thuis bewaard diende te worden. Dergelijke penningen en beloningspenningen stellen de bezitters vaak teleur. Wie een medaille bezit wil deze ook dragen. Daarom werden veel van de medailles door de veteranen draagbaar gemaakt. Men droeg de medaille of een miniatuur daarvan aan een oranje lint.
De elf gouden medaille werd uitgereikt aan de leden van de Raad van Defensie van de Citadel van Antwerpen. Deze kregen de medaille met een inscriptie waarin naam en rang werden genoemd. Allen werden ook in de Militaire Willems-Orde opgenomen. Koning Willem I, de Prins van Oranje en Prins Frederik der Nederlanden ontvingen een medaille met een lege keerzijde.
De 193 zilveren medailles waren voor de officieren bestemd. Zij kregen de medaille met een inscriptie waarin naam en rang werden genoemd. Tientallen officieren werden in de Militaire Willems-Orde opgenomen.
De 4425 bronzen medailles waren voor de infanteristen en artilleristen in de citadel bestemd. Deze medailles dragen op de keerzijde alleen een naam. Als sterkte van de bezetting wordt door I.L.Uijterschout "166 officieren en 4442 onderofficieren en minderen" genoemd. Er waren volgens dezelfde opgave aan Nederlandse zijde 104 gesneuvelden en 20 kort daarna overleden gewonden waaronder 10 officieren. Deze getallen zijn niet met het aantal uitgereikte medailles te rijmen.