Woordenboek der Nederlandsche taal / Instituut voor Nederlandse Lexicologie, Leiden : XII [2]: Pletten-quoyer Woordenboek der Nederlandsche taal / Instituut voor Nederlandse Lexicologie, Leiden : XIII: Riant-ruzing Woordenboek der Nederlandsche taal / Instituut voor Nederlandse Lexicologie, Leiden : XVI: Stri-tiend Woordenboek der Nederlandsche taal / Instituut voor Nederlandse Lexicologie, Leiden : XVII [3]: U-uzeeren Woordenboek der Nederlandsche taal / Instituut voor Nederlandse Lexicologie, Leiden : XXII [2]: Voorhouden-voyant Woordenboek der Nederlandsche taal / Instituut voor Nederlandse Lexicologie, Leiden : XXV: Weelde-wijbisschop Woordenboek der Nederlandsche taal / Instituut voor Nederlandse Lexicologie, Leiden : XXVII: Wreker (I)-Zicht (III) / bew. door E.E.M. Beijk ... [et al.] Woordenboek der Nederlandsche taal / Instituut voor Nederlandse Lexicologie, Leiden : XXVIII: Zichtbaar-zugelen / bew. door E.E.M. Beijk ... [et al.] Beknopte geschiedenis der letteren en wetenschappen in de Nederlanden : van de vroegste tijden af, tot op het begin der negentiende eeuw / N.G. van … Redevoering over de staatkunde hier te lande, na den Utrechtschen vrede : een waarschuwend voorbeeld voor onzen tijd, uitgesproken in de openbare vergadering der tweede … Woordenboek der Nederlandsche taal / Instituut voor Nederlandse Lexicologie, Leiden : Bronnenlijst Woordenboek der Nederlandsche taal / Instituut voor Nederlandse Lexicologie, Leiden : I: A-ajuin